Schermafdruk 2015-11-06 14.31.49

Hoe scoort de communicatie met de zoon (dochters ook natuurlijk)? Ook veel gegrom en klanken zoals u-huu, dûh, euhm, kweetni en rollen met de ogen? ‘Ga bladeren vegen’, noteerde Jan (56) uit een amusante conversatie tussen twee vaders die héél herkenbaar aanvoelt. 

‘Zeg PC.’

‘Ja, Paul.’

‘Ik weet niet wat ik met mijn zoon moet aanvangen.’

‘Pieter?’

‘Nee, die is goed bezig. Vierde jaar geneeskunde. Onze Wouter, dat is een probleemgeval.’

‘Vertel.’

‘Hij zit de hele dag achter zijn computer.’

‘Je bedoelt voor zijn computer.’

‘Je weet wat ik wil zeggen.’

‘Hij studeert informatica.’

‘Ja, klopt. Tenminste hij is ingeschreven. Ik weet niet in welk jaar hij nu zit. Ik denk het derde, maar hij heeft nog zoveel vakken uit zijn eerste en zijn tweede jaar, dat ik de tel kwijt ben.’

‘Ja, die bama toestanden, dat is niet evident. Er zijn ongetwijfeld veel jongelui in zijn situatie. Wat is eigenlijk het probleem?’

‘De jongen communiceert niet.’

‘Met jou?’

Mmm, en heu, en kweetnie. Dat is ongeveer alles dat er uit komt.’

‘Die digitale generatie, die is niet vlot ter tale, Paul. Die drukken zich uit via chat en SMS en WhatsApp, en ze gebruiken een fonetisch taaltje dat wij niet begrijpen.’

‘Kijk, waar ik me zorgen over maak, is dat mijn zoon geen zin heeft om op een normale wijze met mensen te interageren.’

‘Dat is zorgelijk. Een mens moet communiceren, al is het maar om zijn boterham te kunnen verdienen.’

‘Dat is toch wat jij de hele dag doet, PC. Met mensen praten. Luisteren, hen overtuigen.’  Stel dat jij zo’n schermverslaafde zou zijn, je headhunter business zou gauw op zijn gat liggen.’

‘Ik ben ook maar een ouwe babbelaar, Paul. Teveel lullen is ook niet goed. Ik zie mijn gesprekspartners soms hun oogballen naar boven draaien als ik te lang aan het woord ben.’

‘Ik heb gelezen dat in Korea kampen zijn om computerverslaafden te desintoxiceren.’

‘Daar is het wel erg, ja.’

‘Jij moet me helpen. Je moet es met onze Wouter praten, hem aan zijn verstand brengen dat hij vanachter zijn scherm vandaan moet komen, dat hij zich onder de mensen moet begeven.’

‘Ik ben geen therapeut, Paul. Ik wil je wel helpen, maar ik weet niet goed hoe. Wat zegt je vrouw?

‘Die is blij dat hij niet op stap gaat, dat hij braaf op zijn kamer zit en niet met drugs bezig is.’

‘Da’s natuurlijk ook waar.’

‘Ik zou willen dat jij Wouter aan zijn verstand brengt dat er buiten die computer een boeiende wereld bestaat. Met levende mensen. Met meisjes.’

‘Ik denk dat dat jouw taak is, Paul. Praat jij eigenlijk met jouw zoon?’

‘Euh, ik heb het eigenlijk opgegeven. Ik probeer al jaren, en op elke geinteresseerde vraag die ik stel krijg ik die mmm, die euh, die kweenie. Ik kan het niet meer opbrengen.’

‘Hij irriteert jou en je kan die irritatie niet meer verbergen.’

‘Dat is waarschijnlijk zo.’

‘Hoe denk jij dat Wouter zich daarbij voelt.’

‘God ja, het zal mijn fout zijn, zeker. Dat zegt mijn vrouw ook.’

‘Wat mij enorm heeft geholpen om toch enige communicatie met onze zoon Joris op te bouwen, is effectief samen dingen doen. De auto wassen, de herfstbladeren wegharken, het zwembad stofzuigen. Maar echt sàmen hé, zo op de manier van “hé, wil je me even komen helpen, met twee is het plezanter”. Ik zal je zelfs bekennen dat ik daar enkele malen voor betaald heb, onder het motto “zo kan je wat bijverdienen om een nieuwe externe hard disk te bekostigen”.

Wel, door zo nu en dan samen eens een uurtje iets te doen, begint hij beter te begrijpen hoe ik functioneer en kan ik hem af en toe wijzen op dingen die hij anders zou kunnen doen. Heel simpel: bladeren vegen is voor hem overal vegen, maar dan blijft de helft nog liggen. Voor mij is het zorgen dat alle bladeren weg zijn.

Afgelopen weekend verraste hij mij enorm door zelf aan te bieden om te helpen met opruimen, en ik dacht plots “tiens tiens”.

Ik wil niet zeggen dat hij nu de zoon is waar ik altijd van gedroomd heb, maar we hebben toch ergens een zekere “understanding” en ik denk dat dat in een vader-zoonrelatie toch het allerbelangrijkste is, een begin van wederzijdse waardering.’

‘Wow, daar moet ik es over nadenken.’

@ Jan Flamend, valueselling.be)

 

Schermafdruk 2015-04-16 11.09.25
Wifty guest Jan Flamend (Sint-Truiden, 1959) studeerde Germaanse filologie en Wijsbegeerte. Hij leidt de internationale sales consultancy Valueselling.be. Hij schreef diverse boeken over literatuur, taal en verkoop. Ook poëzie en fictie.