Ik moet keihard lachen met Jani Kazaltzis in de Humo van deze week (blz 28). Daarin zegt hij onomwonden dat ‘een fleece het lelijkste kledingstuk is en het stinkt’. Hij heeft ook iets tegen witte, linnen broeken (en horror met daaronder een rode string). Voor Jani heb ik een soft spot. Zijn oneliners in ‘Zo man, zo vrouw’ (VIJF) zijn niet te overtreffen. En hoe hij vastgeroeste lelijke eendjes (m én v) omtovert in strakke koppels, is indrukwekkend.

Die vastgeroeste eendjes zie je ‘s zaterdags ongevraagd per dozijn voorbij je terrasje flaneren. En nu de temperaturen eindelijk omhoog gaan, zie je de driekwartbroeken tevoorschijn komen. En o help, de jezussandalen. De man (vrouwen zouden niet eens op zulke ondingen komen!) die deze wancreaties heeft bedacht, mag bij mij langslopen voor een gratis les esthetiek. En een pak slaag. Die doe je de mensheid niet aan.

Maar het ging over de fleece. Natuurlijk heb ik ook een exemplaar. Jàren geleden gekocht op aanraden van een bergbeklimster. Ik hààt kou maar hou van skiën. En dan neem je een deskundige onder de arm om de perfecte stuks te kopen. Waaronder, jawel, een fleece. En het zal bij die ene blijven. Sowieso onverslijtbaar. En Jani heeft gelijk. Het ruikt naar … moeras. Ik trek het jasje alleen ‘s avonds aan. Na 23u. Voor een laatste wandeling met de hond. In de hoop dat je niemand tegenkomt. Of dat je van je sokken wordt gereden. Stel je voor dat je mét fleece op Spoed belandt.