‘Ik moet oppassen voor eenzaamheid’, zegt J (57) ineens.

eenzaamEenzaamheid is erger dan overgewicht‘, las ik onlangs. Een studie die is uitgevoerd bij 2000 personen boven de 50. En als ik ergens een link zie met 50-plus wil ik er meer over weten.

Ik klikte verder en zag foto’s van vooral 80 jarigen. Oef. Nog niet voor ons. Alleen ja. En graag zelfs op sommige dagen. Eenzaam? Neen. Ik heb mijn hele leven lang blijven investeren in oude en nieuwe vriendschappen. Maar is dat voldoende?, vraag ik me af.

Stel: je raakt steeds moeilijker te been, en je vrienden vallen een na een weg.  Hoe doe je het dan? Wordt alleenzijn dan niet snel eenzaamheid? Roest je vast in je zetel met al je gekoesterde herinneringen? Maar dan lees ik in de krant een artikel van de 101-jarige die nog elke dag zijn 10 kilometers fietst. Of die andere 100-jarige die nog wreed bij de pinken is. En graag danst. Dan zie ik alvast één constante: content zijn.

En het is nog eventjes een ver van mijn bed show. Vijftigplussers kennen dat probleem niet. Tot ik toevallig tegen iemand uit mijn verleden botste. Wat een hartelijk weerzien. Na een 20 minuten kletsen over vanalles en nog wat, besloten we om samen een koffie te gaan drinken. Eventjes tijd vrijmaken. Een luxe die weinigen nog hebben en/of doen.

En ineens viel een stilte. Niks onbehaaglijk. Stiltes die je alleen kunt hebben in een sfeer van vertrouwen. En dan hoor ik: ‘Ik moet oppassen dat ik niet vereenzaam.’ WTF!? denk ik dan. Hoe kan dat nu? Hier zit iemand voor me met zoveel talenten, vrienden en kennissen.  Dacht ik.

Sinds zijn ontslag enkele jaren geleden kan hij niet meer landen in een job. Hij zit nog steeds met een wurgende nasleep van een vechtscheiding. Mede daardoor  is hij het contact met zijn kinderen kwijt. Zonder job vallen op die leeftijd is zeker niet optimaal om terug back on track te raken.
Door het wegvallen van een job valt ook structuur en stukje prestige weg. En een pak ‘vrienden’ die drukdrukdruk bezig zijn. Er is wat vrijwilligerswerk en de zorg van een van zijn ouders. Eén keer per week heeft hij godzijdank een vriendenclubje dat samenkomt. Weinig geld staat gelijk aan weinig buitenkomen. En zeker geen zin in een nieuwe liefde. Hoe zou je ook. Hij kan haar moeilijk op een etentje betalen.

Ik heb afscheid genomen met besef dat ik een lucky bastard ben. En dat er een realiteit is die te vaak verdoken blijft.

(Geïnspireerd door Spitsnieuws.nl)

 

0 Comments

Leave a Comment