Een paar maanden geleden kreeg LiV (61) een kankerdiagnose en begon ze aan een chemokuur. Op Substack schrijft ze haar worstelingen en observaties van zich af. Dit stukje vonden we zo raak dat we het hier op Wifty overnemen.

“Hoe mijn kleerkast een beetje leger werd, en dan toch weer iets voller, en waarom dat laatste goed nieuws is.”

LiV: ““Bonjour. Vinted Go.” Zeg ik. Het meisje aan de balie in City 2 knikt. Ze scant mijn pakje, geeft me een scanbewijs en ik druip af, weer een last lichter.

Ze kent me intussen. Ook al ben ik er al even niet meer geweest. Om de paar dagen stond ik er. Met kilometers plakband rond een oude schoendoos. Soms zat er een tasje in, andere keren een broekpak, een paar platformsandalen, een jeans, een paar Campers, een vintage handtas, een hoodie en nog wat spullen die ik me nu niet meteen herinner. In hetzelfde register ben ik een maand geleden met twee grote tassen vol sjaals, foulards, hoeden en jubelen bij de tweedehandswinkel van Oxfam gaan aankloppen.

Ik zat met een niet te stuiten opruimdrang. Het was meer dan een gewone seizoensopruiming. Het had iets dwangmatigs. Obsessiefs.

Het was de schuld van die fucking K. Die had een zaadje in mijn hoofd geplant. Dat was gaan groeien en bloeien tot een woekerende tunnel waarin mijn gedachten echoden.

Doodsgedachten waren het, zoals vaker bij K. Maar dan wel in de versie van de praktisch denkende huisvrouw. Dat ik mijn appartement toch een beetje ordentelijk moest achterlaten, zo klonk het in die echotunnel. Want komaan, laden vol rommel, kasten vol kleren, daar kreeg wie na mij kwam alleen maar jeuk van. Weg ermee. En iets nieuws kopen, neen, doen we niet, want in het licht van de dood heeft een mens echt geen extra kastvulling nodig.

Er is een woord voor. Ik had me er in onverdachte tijden ooit eens in verdiept: Swedish death cleaning. Opruimen voor je doodgaat, alles netjes achterlaten. Aldus de filosofie van de Zweden.

Het bleef niet duren. Gelukkig. Het was maar een van de vele gevechten die tegenwoordig in mijn hoofd geleverd worden. Verleidelijk om er even in mee te gaan, om die hele kakkige K-dramatiek te counteren met acties waarbij ik zelf aan het het stuur kan zitten.

Doodsangsten bij K zijn normaal en onvermijdelijk, weet ik intussen. Om ze te bezweren kan je ze beter uitvergroten dan ze onder de mat vegen. Wanneer ze op hun grootst zijn, gaan ze weer even liggen. Net zoals bij hoogtevrees.

Het was een T-shirt dat me uit de tunnel trok. “Koop me”, riep het in mijn Vintedfeed. Simpel was het, zwart. Vooraan stond het woord ‘Voyage’. Het woord ‘reis’ leek me, melig genoeg, toepasselijk voor die bizarre trip waarin ik zit. Twintig euro. Ik klikte zonder nadenken op ‘Koop’’. Blij. En kijk, het brak de vloek.

Sinds het T-shirt zijn er nog twee broeken in huis gekomen. En ik zit te giezen op een grijze versie van hetzelfde Voyage-shirt.

Het is goed nieuws, die kanteling. Nieuwe kleren staan voor Vooruit. Nieuwe kleren staan voor Leven. Oude kleren mogen nog steeds naar het baliemeisje, maar de leegte die ze achterlaten mag gevuld worden.

Shoppen was nooit eerder zo therapeutisch.”

Tekst en foto: LiV

LiV is te volgen op Substack – Kak, ik heb K