Piet Teigeler vanuit Spanje.

Piet Teigeler vanuit Spanje.

Piet Teigeler (79, ex-hoofdredacteur, ex-barman, ex-beatnik, ex-content producer, auteur van 17 misdaadromans én medemens) ventileert vanuit Spanje.

Onze tuin is er en dat is meteen ook zijn core business. Hij is niet gesyndikeerd, niet genetisch gemanipuleerd en spaarzaam bemest met echte paardenkak. Af en toe krijgt hij een beetje water en heel sporadisch komt Juan, een man met spierballen die Jerommeke doen verbleken en die trekt uit wat moet worden uitgetrokken. Wat dat is, daar hebben wij een compromis over gesloten: als het groen is en dus zuurstof levert, mag het blijven.

Ik kijk veel naar onze tuin, maar ik doe dat door het raam vanuit de woonkamer, want ik ben een binnenblijver. Ik ben geboren in de grote stad en ik gedraag mij, ook op het platteland, als een stadsmus. De natuur is er om te bezoeken, met een pakje boterhammen en een drinkbus in een klein rugzakje. Wonen doe je niet in het groen, dat doe je in een huis met een dak, muren vol boeken en goed werkend sanitair. 

Bij het begin van deze lente, neem ik mij voor om wat beter kennis te maken met de natuur die mij omringt en die ik nu al achttien jaar negeer. In de stad, de habitat die ik nauwgezet volg, via mijn computervenster op de wereld, hebben ze er namelijk een onvoorstelbare janboel van gemaakt. Ik hoef daar niet verder op in te gaan. Pak gewoon de krant van vandaag en je ziet wat ik bedoel. 

Je vindt mij dus deze zomer tussen de bomen en de struiken. Ik neem mij voor om eindelijk de spin te zien die een manshoge cactus kan voorzien van een ragfijn omhulsel, waar verpakkingskunstenaar Christo Vladimirov Javasjev alleen maar kan van dromen. Ik wil ook op zoek naar de dirigent die er in slaagt om alle krekels tegelijk een tsjirpconcert te doen beginnen en eindigen. 

De bijtende insecten neem ik er dan wel bij, want ik ben van plan om ernstig te relaxen. 

Dat kan, merkte ik gisteren. Aan het tafeltje naast het onze, zat een verzorgde Wifty. Gevorderd, dat wel, maar na de vijftig houden wij gewoon op met tellen. Wat mij opviel, behalve haar stralend blauwe ogen, was haar ongeverfd grijs haar. Dat maakte haar uniek in een restaurant dat, op het lunchuur, niet bepaald de jeugd aantrekt.  

Maar die grijze lokken waren niet het enige element dat cool en chillen schreeuwde. Er was ook haar lichaamshouding. Zij slaagde er in om van zitten een actie te maken die mij deed denken aan een kat. Wellicht waren haar gewrichten niet soepeler dan de mijne, maar haar moeiteloze roerloosheid was alles behalve passief.  

Ja, dacht ik, dat is het antwoord: doe eens wat minder moeite. 

Piet Teigeler

helene@wifty.be