Schermafdruk 2015-11-16 16.45.04

Van overal crashen de pijnlijk harde beelden, de vele commentaren en de meningen tegen je hersenpan. De wereld davert en is serieus door elkaar geschud.

De column die me het meest raakt, is die van Marc Didden in De Morgen van 16 november.

” Wat gaan ze nu zeggen tegen de zeveraars die 11 maanden geleden beweerden dat die van Charlie Hebdo het zelf gezocht hadden? Dat Parijs het zelf gezocht had? Dat mensen die een glas bier zitten te drinken op een terras, een loempia eten bij de Aziaat, naar een concert luisteren in de gezellige feestzaal Bataclan of een vriendschappelijke pot voetbal willen bijwonen op een tribune in Saint-Dens allemaal goddelozen zijn? En dat ze daarom zonder enige vorm van medelijden neergemaaid mogen worden en dat we dat maar moeten begrijpen?

Wel, pardon my French, maar ik begrijp het niet. En ik wil het ook niet begrijpen. Omdat ik diep geschokt ben om wat er vrijdagavond gebeurd is in die prachtige stad waarvan de mijne een voorstad is, waar ik met de trein sneller ben dan in pakweg Turnhout of Hamont-Achel. Mijn ogen zijn al meer dan 24 uur betraand en toch kan ik mijn blik niet van mijn televisietoestel houden, waar ik voor de elfendertigste keer die lijken van die vrijdagavondmensen zie liggen voor het terras van Le Carillon, waar ik samen met mijn vrouw ook weleens een iets te dure kir in mijn nek gegoten heb alvorens we om de hoek een choucroute poisson gingen verwerken Chez Jenny.

Ik zie met ontzetting altijd maar weer die zwangere vrouw hangen aan de vensterbanken dat gebouw en ik sidder met haar mee en voel zo haar angst voor het verlies van haar eigen jonge leven en dan van haar nog ongeboren kind. Ik hoor ook voortdurend de bange stemmen van de mensen die het bloedbad in de Bataclan overleefd hebben en beschrijven hoe ze zich voor dood gehouden hebben tussen de lijken rondom hen om een nieuw salvo kogels uit de ‘kalasj’ te vermijden.

‘C’est l’instinct de survie”, gaf een meisje in kwestie als enige uitleg. Het zal wel zijn, denk ik dan en ik zie mijn jonge ik weer staan zoals ik tijdens de jaren zestig, zeventig, tachtig, negentig en nul veel te veel in dat soort zaaltjes doorgebracht heb als vurige liefhebber van modern lawaai.

Ik kende de Eagles of Death Metal niet, maar wel de Bataclan, ja, waar ik bij het prille begin van deze eeuw een toen al niet meer zo optimale Willy DeVille bezig zag. Van het optreden herinner ik me weinig, maar van het theater des te meer. Een parel waar nauwelijks iets veranderd is sedert Maurice Chevalier er als huisartiest zijn schalkse liedjes stond te zingen, nog voor WOI uitbrak. Toen leek het een Chinese tempel, nu een bonbondoos. Gezellig, al durf ik dat woord vandaag bijna niet meer te gebruiken.

Op de Franse televisie zag ik een filosoof die zei dat het volgens hem niet toevallig was dat de terroristen net de Bataclan uitgekozen hadden als doelwit: het theater staat al sedert het eind van de negentiende eeuw bekend als een plek waar de lichtheid van het bestaan hard beleden wordt. Je zou dat vrijheid kunnen noemen. Iets waar sommige mensen niet tegen kunnen. Iets wat soms gewoon op een terras, in een restaurant, in een stadion, in een concertzaal gevierd moet worden.

Om te eindigen wilde ik voor u een liedje over Parijs zingen. Op Wikipedia vind ik snel een lijst van niet minder dan 1.200 ‘songs about Paris’. Ik ken ze niet allemaal, mar ik ga domweg voor Donna Summer en haar ‘To Paris with Love’.

U mag meeschudden met uw gat en u mag huilen als een kind. Voel u vooral vrij. Want daar gaat het allemaal om. “

Bron: De Morgen, krant van 16 november. Marc Didden is schrijver en columnist bij De Morgen

Schermafdruk 2015-11-16 16.41.00